Bij de tentoonstelling van FRANS NOTTROT Iona Stichting - Amsterdam

'Met de donkere, gloeiende doeken, die Frans Nottrot (Voorschoten,1955) in de Iona Stichting tentoonstelt, lijkt hij een nieuwe weg te zijn ingeslagen. Deze doeken, met paletmes opgebouwd uit pure siena, oker en verdunde ultramarijn, hebben een rand, die gaandeweg het oplichtende middendeel verdringt tot de rand uiteindelijk zelf het hart vormt. De natuurlijke briljantie en transparantie van olieverf, die de toegankelijkheid van de schilderijen zouden kunnen versterken, wordt afgeremd door een laag vernis. Nottrot is daar niet gelukkig mee. De vernis, alleen opgebracht om de doeken goed te kunnen fotograferen, is een vreemd element in het arsenaal aan materialen waarover Nottrot wil beschikken. Want sinds zijn afstuderen aan de Rotterdamse Kunstacademie in 1982 als leerling van Jaap van den Ende, heeft Nottrot niets anders gebruikt dan pure olieverf en mengsels van primaire kleuren. Met die beperkte hoeveelheid middelen onderzoekt hij welke sfeer hij kan oproepen. De sfeer heeft op zich niets met de tastbare werkelijkheid of met de directe uitbeelding daarvan te maken. Nottrot is wel ooit zijn schilderactiviteit daarmee begonnen: als voormalige inwoner van Den Helder probeerde hij de zee en al haar verschijningsvormen op een min of meer abstracte wijze op het doek te zetten. Het rechthoekig liggend formaat van de doeken versterkte de landschappelijkheid ervan. Om het realiteitsgehalte op te heffen koos Nottrot omstreeks 1984 voor een gelijkzijdige driehoek, van het soort dat hij voor 1978 had leren opspannen in het atelier van Rudi van der Windt. Om ook de opbouw van de natuur volgens horizontalen en verticalen te omzeilen, schilderde hij haaks op de zijden van de driehoek, en hing hij het doek onder een hoek gedraaid op. Het beeldvlak doet aan werk van Van der Leck denken, hoewel Nottrot uitgaat van een abstracte ordening. Gaande weg heeft de driehoek plaats gemaakt, voor een neutrale vorm, het vierkant; het raster is versoepeld tot een weefsel van intuïtief en kriskras over elkaar heen geplaatste kwaststreken. Enkele van deze werken zijn hier te zien. De rand die Frans in deze doeken onbeschilderd heeft gelaten om aan te geven dat het rasterwerk zich onbeperkt buiten het beeldvlak zou kunnen voortzetten, is het dominerend element geworden in zijn huidige werk.'

Marty Bax (kunstcritica)

Foto: interieur atelier